Niet ieder motief in Over de grenzen van de waarheid was gepland.
Sommige zinnen stonden al lang in een verhaal voordat we ontdekten wat ze verderop in het verhaal konden doen. Zoals deze aantekening van een arts tijdens een medische keuring:
“Dienstplichtige vermijdt oogcontact.”
De zin stond er gewoon. Tijdens een latere leesronde kwamen we erop terug.
Op het moment dat de arts die zin noteert, kent hij de hele situatie. Hij weet wat hij heeft gezien, onder welke omstandigheden hij het zag en waarom hij het opschrijft.
Maar wat weet iemand die die aantekening jaren later leest?
Dan is de situatie verdwenen. Er staat alleen een korte, zakelijke mededeling. En omdat die mededeling in een officieel dossier staat, krijgt die ook veel gezag. Een volgende lezer kan er een nieuwe betekenis aan geven en daar vervolgens een besluit op baseren.
Toen we dat zagen, begonnen we dit idee ook elders in de bundel te gebruiken. Een aantekening bewaart de oorspronkelijke context nauwelijks. Het gezag ervan blijft opvallend goed bewaard.
In ‘Brevet’ gebeurt wat vergelijkbaars met één woord:
“Geschikt.”
Voor degene die het opschrijft, is dat een keuze uit twee mogelijkheden: geschikt of ongeschikt. Voor de jongen die het woord hoort, bepaalt het twee jaar van zijn leven.
Hij herhaalt het. Nog eens. En nog eens.
Het woord blijft hetzelfde. Het gewicht ervan groeit.
Rens en Edith

No responses yet