In het voorjaar en de vroege zomer van 2025 hebben we de basis gelegd voor ons boek. We hebben toen veel, heel veel geschreven, totdat we tevreden waren over een eerste versie van ons manuscript die we met de buitenwereld durfden te delen.
Als beginnend boekschrijver kreeg ik in die periode te maken met alle perikelen die bij het schrijven horen. Zoals het beruchte writer’s block.
Daar zit je dan, met een leeg Word-document voor je neus. En er komt niks.
Even een wandelingetje dan maar? Goed. Je komt terug met een frisse neus en dito blik. Je gaat weer zitten en staart opnieuw naar dat lege document.
Niks.
Ik had buiten toch een goed idee gekregen? Hoe zat het ook alweer? Maar nee, het wil niet. Frustrerend.
Maar ik ken de andere kant ook. Ik zat eens zo enorm in een flow dat ik al de hele middag en het begin van de avond achter elkaar aan het schrijven was.
O ja, er moet ook nog eten gekookt worden. Nou, vooruit dan. Gauw iets in elkaar geflanst, gegeten, de boel de boel gelaten en hup, weer achter de pc. Wat er verder om me heen gebeurde, ging volledig langs mij heen.
Laat die avond zei mijn echtgenoot, vaag ergens in de verte: “Ik ga slapen, hoor.”
“Ja, kus, kus. Welterusten, ik kom zo.”
‘Even’ later keek ik op de klok. Het was kwart voor één ’s nachts! Ik had al die tijd zitten schrijven.
En ja, naast deze uitersten heb ik ook gewoon zitten worstelen met woorden, zinsneden, werkwoorden, uitdrukkingen, goed Nederlands, interpunctie, spaties, witregels, kopjes en personages. Ik heb oplossingen bedacht voor zelfveroorzaakte puzzels, geschrapt, herschreven en nog eens herschreven. Noem het maar op.
Het hoort er allemaal bij, en ik hou ervan.
Edith

No responses yet